Hoe defensie zijn eigen bevolking in de gaten houdt

Published on 16 November 2020 at 11:11

Sinds de coronacrisis oefenen Nederlandse militairen met een nieuwe vorm van oorlogvoering, maar dan in eigen land. Ze onderzoeken groepen die tegen 5G of coronamaatregelen zijn. De legertop greep in.



Leger verzamelde data in Nederland

 

De Nederlandse krijgsmacht heeft sinds de corona-uitbraak heimelijk op grote schaal informatie verzameld over de Nederlandse samenleving en die geduid en verspreid in rapporten.

 


Groepen als Viruswaanzin en Gele Hesjes en het medium Jensen.nl werden in de gaten gehouden, evenals de distributiepunten van De Andere Krant. Het mandaat voor die dataverzameling ontbrak, omdat de bevoegdheden van defensie op Nederlandse bodem beperkt zijn.

 


Dit blijkt uit een reconstructie van het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC), een eenheid die defensie half maart oprichtte om zicht te krijgen op de coronacrisis en de verspreiding van desinformatie.
Lees hier het volledige nieuwsbericht.

 


Acht dagen na de eerste persconferentie van minister-president Mark Rutte over de coronacrisis, staat luitenant-kolonel Patrick Dekkers op 20 maart voor zijn troepen in de bossen van ’t Harde. Zo’n twintig militairen hebben zich verzameld in een zaaltje op de eerste verdieping van gebouw 230 van de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne. Ze zijn data-analist, programmeur, gedragsonderzoeker of hebben een inlichtingenachtergrond.

 

 

De meesten kennen elkaar niet. Van de ene op de andere dag zijn ze door hun bazen van afdelingen in heel het land hier naar de bossen geroepen. De opdracht is uitzonderlijk: voorspel hoe de coronacrisis zich in Nederland ontwikkelt. Hoe zal het kwetsbare mensen vergaan? Wanneer stort de economie in? Komen mensen door ‘fake news’ in opstand tegen de maatregelen? En zo ja, wie dan?

 

 

Dekkers vertelt hun dat ze een spannende tijd tegemoet gaan. „Stel je in op experimenten. We zijn onszelf aan het uitvinden”, waarschuwt hij. Ze zullen tegen „onvoorziene zaken” aanlopen en dingen zullen niet geregeld zijn. „Help mee dat wel voor elkaar te krijgen”. Hij maant ze hun werk in stilte te doen. Dekkers wil geen „overmatige aandacht” van de buitenwereld voor hun activiteiten. Hij pleit voor „low visibility”.

 

 

Het is algemeen bekend dat defensie tijdens de pandemie helpt met het verspreiden van patiënten over ziekenhuizen, beademingsapparatuur levert, voedselpakketten uitdeelt. Defensie liet het trots weten. Waar defensie geen ruchtbaarheid aan gaf, is dat de landmacht vanaf dag één van de pandemie op Nederlands grondgebied op grote schaal data is gaan „verzamelen, verwerken en verspreiden”. Niet alleen over het coronavirus. Ook over desinformatie. Complottheorie QAnon. Onrust rond 5G. Branden in zendmasten. In rapportages duikt ook een keer een Black Lives Matter-protest op en het draagvlak onder Nederlanders voor de Europese Unie.

 

Defensie richtte er zelfs een apart, experimenteel datacentrum voor op, het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC). Op papier moet dat de krijgsmacht „en civiele overheden” helpen de pandemie te bestrijden. Maar er is een dringende andere reden. Defensie, en dan met name de landmacht, wil vooruit. Ze wil oefenen met een vorm van oorlogsvoering die draait om het verzamelen en verwerken van informatie. Alleen zo kan ze op buitenlandse missies inspelen op wat de bevolking en de vijand van plan is. Maar omdat er nauwelijks missies zijn om dit te trainen, grijpt defensie de coronacrisis aan. Dan maar oefenen op Nederlands grondgebied.

 

 

Dat is ongekend, het leger mag nauwelijks iets in Nederland. Militairen mogen online net als andere ambtenaren hooguit op de website van de NOS kijken welke demonstraties tegen coronamaatregelen eraan komen, of zien wat trending topics zijn op Twitter. Maar een Facebookaccount van een individu bestuderen mag niet, sowieso niets wat tot individuen leidt. Laat staan online groepen bezoeken om een protestbeweging in kaart te brengen. Dat is inlichtingenwerk en aan strenge regels gebonden.

 

 

Enkele militairen bij het LIMC vinden al vanaf de oprichting in maart dat de experimenten te ver gaan; sommigen belanden op een zijspoor. Er zijn ook militairen die juist verder willen gaan en gefrustreerd raken omdat hun mooie plannen sneuvelen op juridische beperkingen. Uiteindelijk grijpt de legertop in. Dekkers en zijn mensen worden teruggefloten.

 

 

De informatieoperatie in Nederland is een schoolvoorbeeld van hoe de ambities van de krijgsmacht hard botsen met de realiteit, blijkt uit een reconstructie van NRC op basis van interne rapportages, evaluaties en gesprekken met betrokkenen die anoniem willen blijven.

 

 

Commandant Patrick Dekkers van het LIMC is na enig aandringen bereid tot een interview. Met zwart mondkapje en een LIMC-badge op zijn uniform loopt hij langs kamers in ’t Harde waarin militairen achter beeldschermen zitten. Op borden boven hun hoofden staan diagrammen met pijlen en lijnen. Bij één kamer hangt een bord: ‘Desinformatie’.

 

 


Militairen brachten een netwerk in kaart van organisaties die desinformatie of misinformatie verspreiden.

 


Bron: Weekly Update LIMC
De opdracht van defensie aan het LIMC was om „alle beschikbare en relevante informatie, uit open en semi-gesloten bronnen” over de pandemie te onderzoeken. Wat houden ze hier in de bossen nou eigenlijk precíés in de gaten? „We kijken altijd breed”, zegt Dekkers. „Dat zit in ons systeem. Als wij naar Afghanistan of Mali gaan, dan spelen alle aspecten een rol: bevolking, economie, we nemen alles in ogenschouw en dan baken je pas af.”

 

 

En wat bakenen ze in Nederland af? „Alles met Covid-19 dat militair relevant is.”

 

 

In de wekelijkse rapporten van het LIMC is te zien wat dat kan betekenen. Een schema toont hoe ‘alternatieve’ groeperingen zich tot elkaar verhouden. Op een kaart staan zelfs de fysieke distributiepunten van De Andere Krant, een krant waarin onder meer de Russische betrokkenheid bij de MH17-ramp wordt ontkend.



Grijs gebied
In Afghanistan ziet defensie zo rond 2015 pas echt goed wat je met data kunt. Daar wil ze in de jaren erna mee verder. De gedachte is dat we met z’n allen in een ‘hybride oorlog’ zijn beland, een grijs gebied waarin vijanden wellicht geen bommen gooien op Nederland, maar wel desinformatie verspreiden en computers hacken.

 

 

De projectnamen voor een gespecialiseerd informatiecentrum wisselen, ‘Greyzone’, ‘Trafisac’, maar de wens blijft. Het centrum moet opereren als een backoffice in Nederland tijdens missies. Of als plek waar militairen in vredestijd alvast potentiële brandhaarden opsporen in pakweg westelijk Afrika, vóór de regering besluit er troepen op af te sturen. Ook willen ze er experimenteren met nieuwe technieken.

 

 

Onhaalbaar, zeggen de juristen van defensie keer op keer. Maar de hoogste baas van de landmacht, luitenant-generaal Martin Wijnen, legt zich daar niet zomaar bij neer. Ook hij diende in Afghanistan. In augustus 2019 treedt hij aan. Hij gelooft in wat in defensiejargon ‘informatiegestuurd optreden’ heet en zet er vol op in. Een maand na zijn aantreden is er een bijeenkomst over het informatiecentrum en op 24 februari van dit jaar opnieuw. De naam LIMC valt voor het eerst, maar nog steeds mag het niet.

 

 

Een paar weken later komt corona.

Eerder nog dan de scholen sluiten geeft Wijnen zijn mensen de opdracht om een centrum op te richten dat de maatschappij „per onmiddellijk” helpt om de pandemie te bestrijden.

 

 

De formele opdracht: ondersteun defensie en overheden met nieuwe inzichten „in een experimentele vorm” bij de coronabestrijding.

 

 

Minder formeel: onderzoek desinformatie.

Waarom zo’n informatieoperatie op Nederlands grondgebied nu ineens wel kan? Dat blijkt uit een interne evaluatie van het centrum drie maanden na de oprichting: „door de reden van het ontstaan van het LIMC (COVID-19) bleek er sowieso meer te kunnen op een snellere manier. Ook op het gebied van juridische randvoorwaarden leek er een andere grondhouding dan normaal van toepassing.”

 

 

‘Het kan wel’
Het is te begrijpen waarom juist Dekkers wordt gevraagd het LIMC op te zetten. Hij leidde militaire afdelingen op de grens van inlichtingen en nieuwe technologie en onderhield namens de krijgsmacht warme banden met terrorismecoördinator NCTV. Terwijl Dekkers zijn mensen vraagt om stilte, ook op sociale media, is zijn eigen LinkedIn-pagina lang de enige plek waarop het LIMC online te vinden is, met hem als ‘founding commander’. „Een bevlogen, energieke, betrokken en ondernemende vernieuwer, dat ben ik”, zo stelt hij zich daar voor. Zijn motto: „Het kan wel.”

 

 

Dekkers gelooft heilig dat moderne oorlogsvoering grotendeels digitaal plaatsvindt en in het hoofd van mensen. Een klein jaar voor de oprichting van het LIMC zegt hij op de militaire academie in Breda: „We moeten gaan kijken naar persona’s, avatars, e-mailadressen, Twitteraccounts. Daar kun je beïnvloeden wat mensen te zien krijgen, onder meer door grootschalige microtargeting op bijvoorbeeld Facebook.” En, vol vuur: „We moeten de ballen hebben om gewoon aan de slag te gaan in de grey zone.”

 

 

Zijn eerste hindernis: een mandaat regelen. Het leger mag van alles op missies in het buitenland. Maar in vredestijd? In eigen land? In Nederland mag defensie hooguit bijstand verlenen. En dan alleen als de politie, een ministerie of inlichtingendienst daarom vraagt. Pas na een reeks handtekeningen mogen militairen dan bijspringen, voor een specifiek project, onder toezicht en volgens de regels van die instantie.

 

 

Alleen, geen enkele overheidsorganisatie vraagt het LIMC om de coronacrisis te analyseren en te voorspellen. Het NCTV, het RIVM en de ministeries van Volksgezondheid en Binnenlandse Zaken kunnen dit zelf prima.

 

 

Dekkers zoekt naar een mandaat, blijkt uit die eerste presentatie van maart. Hij wil dat zien te krijgen „in het verlengde van de politiewet” of, als dat niet lukt, „op basis van een steunverlening openbaar belang”. Hij bezoekt zijn contacten bij de NCTV. Hebben zij geen interesse in voorspellende analyses van het LIMC?

 

 

De kabels voor het centrum worden dan al getrokken, muren worden verplaatst, werkkamers opnieuw ingericht. Dekkers is vol aan de slag. Het is nu of nooit.

 

 


In de bovenstaande kaart is het aantal distributiepunten van De Andere Krant per provincie weergegeven. De gratis verspreide krant is in 2018 opgericht om „de andere kant van het nieuws” te verkondigen.

 

Bron: Weekly Update LIMC
Zijn tweede hindernis: er is al een afdeling die de contacten met overheden onderhoudt namens de krijgsmacht, het Territoriaal Operatiecentrum (TOC). Die is opgericht om militaire crisisoperaties op Nederlands grondgebied te coördineren en is vol op dreef met de patiëntenspreiding en beademingsapparatuur.

 

Ze voeden ministeries, politie en zorg al met informatie over wat Nederland kwetsbaar maakt. Al weken briefen ze elke ochtend generaals en topambtenaren. Formeel biedt het team van Dekkers alleen ondersteuning aan het TOC, maar in de praktijk gaan ze al snel hun eigen gang.

 

 

Tot slot heeft Dekkers data nodig, veel data. Hoe meer informatie hij in de computers stopt, weet hij, hoe beter het beeld dat eruit komt. Hij vraagt die bij allerlei organisaties op en belooft er inzicht en verdieping voor terug te geven. Bij het LOT-C in Zeist bijvoorbeeld. Dat maakt coronascenario’s voor de veiligheidsregio’s. De economische situatie in het land staat op de ene as, de zorgcapaciteit op de andere. Dekkers biedt aan de scenario’s verder te ontwikkelen en in ruil daarvoor wekelijks te rapporteren waar Nederland zich in de kwadranten bevindt.

 

 

Op 25 maart vergadert hij met collega’s van onder meer het TOC over de coronadata. Die van ziekenhuizen zijn „vervuild”. De informatie van de Koninklijke Marechaussee over ‘fake news’ kunnen ze om juridische redenen niet zomaar krijgen, omdat die naar personen leidt. De militairen verdelen de taken. Dekkers heeft veruit de meeste mensen en middelen.

 

 

Nog geen twee weken na de oprichting is het ‘een planningsfeit’ dat het LIMC blijft bestaan, corona of geen corona.

 

 

Zendmasten
De ochtenden op het LIMC beginnen steevast met een ‘zeepkistmoment’ van een kwartier, waarin ze elkaar bijpraten. Dan gaan de militairen aan de slag, verspreid over twee aparte vleugels. Ertussenin houdt de leiding kantoor.

 

 

De ene vleugel richt zich op het dagelijks leveren van een zo goed mogelijk beeld van de pandemie. Hoeveel IC-bedden zijn er, hoeveel zieken? Welke 5G-zendmasten zijn in brand gestoken? Waar zijn demonstraties? In het begin is dat niet veel meer dan wat media melden.

 

 

De andere vleugel krijgt alle ruimte om te experimenteren. Het maakt Dekkers niet uit waar ze mee komen of hoelang dat duurt, als het maar nieuw en zinvol is en het te maken heeft met corona.

 

 


Lees ook hoe Nederlandse militaire trainen met het beïnvloeden van menselijk gedrag: Een soft maar gevaarlijk wapen: moderne oorlogsvoering richt zich op beïnvloeding van de bevolking
Hier zitten ook de militairen die zijn opgeleid in de methode voor gedragsbeïnvloeding Behavioural Dynamics Methodology (BDM), waarover NRC eerder publiceerde. Daarbij interviewen Nederlandse militairen de lokale bevolking in een missiegebied, bepalen ze welke groep het meest geneigd is het gedrag te veranderen en bedenken ze hoe ze dat voor elkaar krijgen. BDM is ontwikkeld door moederbedrijf SCL van het inmiddels verguisde Britse marketing- en databedrijf Cambridge Analytica. Een Nederlandse oud-directeur onderwees defensie in de methode. Ze is ook nu kandidaat om een nieuwe cursus BDM te geven en adviseert even de analisten van het LIMC.

 

 

De BDM-specialisten richten zich nu niet op Iraakse vluchtelingen of Malinese terroristen, maar op Nederlanders. Ze onderzoeken welke groepen burgers zich niet aan de maatregelen houden en wiens gedrag te beïnvloeden is.

 

 

In de vleugel zitten ook experts in het ontsluiten van data, het maken van scenario’s en algoritmes, machine learning, geotechnici. Er werken reservisten, een Rotterdamse promovendus, een Leidse universiteitsdocent, een directeur van een voormalig technologiebedrijf, studenten, een econoom, een viroloog.

 

 

Data-architecten bouwen een computersysteem waarmee ze zien wat real time gaande is in de maatschappij, of liever nog wat gáát gebeuren. De voorspeller heet de Data Science Cell en is het pronkstuk van beide vleugels.

 

 


Links is gebouw 230 van de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in ’t Harde. Op de eerste etage zit het LIMC.
Zie dat systeem als een wiel. Geautomatiseerd gaan daar voor een mens onoverzichtelijke hoeveelheden gestructureerde en ongestructureerde data in: Google-mobiliteitsdata, informatie over het weer, luchtverontreiniging, stikstof, pollen, oversterfte, werkloosheidscijfers, gedragsdata. Ook dat wat militaire liaisons in de ziekenhuizen en verpleeghuizen komen te weten, wordt eraan toegevoegd.

 

 

Dat is de eerste stap van dat wiel. De data worden opgeslagen, geanalyseerd, er worden patronen uit ontward, de data worden gevisualiseerd, er worden voorspellende analyses op losgelaten en analyses volgens de BDM-methode aan toegevoegd en kunstmatige intelligentie (de laatste stap) leert van al die gegevens.

 

 

Dan worden weer verse data toegevoegd en draait het wiel opnieuw. Na een aantal weken is het systeem volgens betrokkenen nauwkeurig genoeg om te gebruiken. Defensie hoopt dat het wiel het menselijk redeneren verbetert.

 

 

Het LIMC laat het gedragsonderzoek na een paar maanden los. „We hebben gekeken naar componenten van BDM”, zegt Dekkers nu. Het bleek moeilijk te gebruiken. „BDM maakt gebruik van interviews, wat wij niet mogen doen omdat er geen grondslag voor is.” Meerdere bronnen vertellen NRC dat tal van bevolkingsgroepen zijn vastgesteld met BDM. Dekkers ontkent dit.

 

 

Brandblusser
Vindt commandant Dekkers het eigenlijk lastig, dat hij dingen wil en niet mag? „Dat is soms een dilemma”, zegt hij. „Dat mag je best weten. We proberen mensen hier zo goed mogelijk voor te bereiden op een taak. Het is net als met de brandweer: je weet dat je straks een brandend huis in moet. Maar als ik een brandend huis in moet, heb ik een brandblusser nodig. Dan krijg ik te horen: je mag niet zomaar aan die brandblusser komen, daar zijn regels voor.”

 

 

Wat mag het LIMC wel? „Een burger mag alles tenzij het verboden is. De overheid mag niets, tenzij er een wettelijke grondslag is.”

 

 

Naar die wettelijke grondslag blijft het zoeken. In elk rapport staat het. Dat ze beperkt zijn in wat mag en dat het „vooralsnog” niet mogelijk is om materiaal met persoonsgegevens te verwerken. „Daarnaast beperken de juridische restricties het LIMC om de intentie van bronnen te onderzoeken.”

 

 

Alleen met een officieel verzoek van een overheidsorganisatie om steun, kan het team voluit aan de slag. Dekkers blijft volhardend allerlei organisaties binnenwandelen om kenbaar te maken wat ze doen. Dekkers brengt de rapportages (‘Weekly Update’) van het LIMC twee keer per week onder de aandacht van onder meer het LOT-C, de NCTV, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie. Een gaat over corona, een over desinformatie.

 

 

De NCTV heeft geen interesse, dit doen ze zelf. Dekkers geeft de politie meer ongevraagd advies. Twee dagen voor de demonstratie op 21 juni in Den Haag tegen coronamaatregelen, mailt hij de politie. Hij voegt een rapport bij van twintig pagina’s met vier scenario’s over hoe de demonstratie kan verlopen en wat dat betekent voor de maatschappij. Het rapport waarschuwt voor een mix van demonstranten, een hoge opkomst en een ‘harde kern’.

 

 

Het pakt precies zo uit. De demonstratie loopt uit de hand. Dekkers zegt dat hij de maandag erna een telefoontje kreeg van de politie. „Dankjewel, we waren te laat. Maar bedankt voor je bericht.”

 

 

Als de pandemie in ernst afneemt, besluit defensie op 3 juli alle corona-activiteiten af te bouwen. Alleen het LIMC blijft bestaan. Het gaat 3,47 miljoen euro kosten inclusief exploitatie voor drie jaar, staat in een intern document. Het LIMC zegt in een evaluatie „baanbrekende stappen” te hebben gemaakt die ze „voor die tijd niet voor mogelijk hadden gehouden”. Ook is er bijvangst zoals een zelflerend systeem dat gesproken woord naar geschreven tekst omzet. Handig voor collega’s die de radiocommunicatie volgen.

 

 

REACTIE DEFENSIE: ‘GEEN WETTELIJKE BARRIÈRE’

Het ministerie van Defensie stelt na het lezen van dit artikel dat wat het LIMC doet, mag, ook zonder mandaat. De redenering is dat het centrum alleen gebruikmaakt van openbare bronnen, dat die niet te herleiden zijn tot individuen en dat de rapporten alleen intern verspreid worden. Zelfs als het LIMC de rapporten extern zou willen delen, is er volgens Defensie „geen enkele wettelijke barrière”.
Het LIMC wil de experimenten voortzetten, „ook al lijkt het dat de druk en urgentie” nu afneemt. Je weet maar nooit waarvoor het handig is. Er zou weleens een tweede golf kunnen komen of een „bio hazard of een andere gebeurtenis”. De organisatie wordt opnieuw ingedeeld. Eén team blijft zich met Covid-19 bezighouden, een ander richt zich alleen nog op desinformatie. Dat onderzoekt hoe invloedrijk de heersende ‘narratieven’ zijn: 5G, Bill Gates, het virus en ‘Rusland versus de Europese Unie’.

 

 

Wat gebeurde er deze week? Welke kant gaat het op? De bevindingen, opgediend met assenkruisen en kwadranten, zijn eerst geruststellend. Spookverhalen krijgen weinig aandacht in traditionele media en dus is de schade beperkt, menen ze. Toch doen ze aanbevelingen om een „contra-desinformatie narratief” te schrijven tegen het misleidende verhaal uit Rusland, vaak over MH17, en om online platformen te „reguleren”. Ook is het „noodzakelijk” dat de overheid desinformatie op Telegram gaat monitoren.

 

 

‘Mag wat we doen eigenlijk wel?’
Al snel roept niet alleen wát het LIMC doet vragen op, maar ook hóé het gebeurt. Er ontstaat onrust, binnen het centrum en erbuiten.

 

 

Dekkers zegt tegen NRC dat zijn analisten alleenwerken met openbare data. Dat ze filters hebben die voorkomen dat ze op sociale media per ongeluk op individuen stuiten.

 

 

Maar uit documenten en gesprekken blijkt dat de militairen ook informatie van liaisons in bijvoorbeeld de ziekenhuizen en verpleeghuizen in het datawiel stoppen. In een rapportage van begin oktober noemt het team als bron een tweet van PVV-leider Geert Wilders. Een Weekly Update van begin november over aantallen jongeren die zich niet aan de coronamaatregelen hielden en door de politie zijn gewaarschuwd, verwijst naar een vertrouwelijke bron: het interne registratiesysteem van de politie. Die van begin oktober verwijst naar een technische briefing van het ministerie van Volksgezondheid.

 

 

In een overzicht van half juni staan vier namen van militairen die bij het LIMC aan social media engagement doen – het beïnvloeden via social media. Dekkers ontkent dat het LIMC aan social media engagement doet.

 

 

En er is nog iets. Meerdere bronnen vertellen hoe zeker één militair bij het LIMC zich een tijdlang onder een schuilnaam op een online platform van complotdenkers begaf. „Apekool”, reageert Dekkers, „dat mogen we ook niet.”

 

 

Meerdere medewerkers bij en rond het LIMC vinden dat ze grenzen overschrijden. Ze zeggen dat ook hardop. Tijdens een bijeenkomst voor officieren en onderofficieren half mei loopt de spanning op. ‘Hoezo bepaalt defensie wat desinformatie is? Mag wat we doen eigenlijk wel? Hoe zit het met onze betrouwbaarheid op lange termijn? Wie zijn wij om te bepalen welke media niet-traditioneel zijn?’

 

 

In de wekelijkse rapporten worden bijvoorbeeld NRC en RTL Nieuws steevast als ‘traditionele media’ geduid, Elsevier, Vrij Nederland, LINDA. en Shownieuws als ‘niet-traditionele media’ en The Post Online of Viruswaanzin als ‘alternatieve media’.

 

 

Ook vraagt een medewerker waar het mandaat blijft. Dekkers schermt met een conceptsteunverzoek en zegt dat het juridisch allemaal bijna is geregeld, nog even geduld.

 

 

Wie kritiek heeft, wordt soms vervangen of stapt zelf op. Het LIMC moet door.


Lees hier over de manier waarop de krijgsmacht informatie als wapen wil gebruiken: Desinformatie als wapen van de toekomst?
Ook de defensietop maakt zich inmiddels zorgen. Op 25 augustus wordt Dekkers op het matje geroepen door de staf op het ministerie in Den Haag. Ook de directeur van de militaire inlichtingendienst MIVD is aanwezig. Die heeft kritiek op de informatievergaring door het LIMC. Wat zij doen is inlichtingenwerk. Het mag niet. Met de evaluatie van de politiek gevoelige inlichtingenwet WIV op komst, is het zeker ongewenst.

 

 

De staf in Den Haag is evengoed huiverig om landmachtmilitairen op Nederlands grondgebied informatieoperaties te laten doen. De club van Dekkers kan zich beter richten op gebieden waar Nederland op missie is. Bijvoorbeeld in Letland, waar Russen proberen om NAVO-militairen daar het leven zuur te maken.

 

 

Dekkers: „De bedoeling van het gesprek was om met elkaar af te ballen ‘wie is nou waarvan?’ Iedereen kan informatie genereren.” Hij zegt dat het LIMC de rapporten niet zelf verspreidde, maar dat dit via het TOC gebeurde. „We hebben gezegd: jongens, zet nou niet verder door, dat is niet de bedoeling.” Maar in een presentatie over het LIMC deze zomer staat: „Product afnemers: TOC, LOT-C, LOCC, NCTV, OM, NP etc.” NP is Nationale Politie.

 

 

De defensietop beslist dat het LIMC niets meer extern mag verspreiden. Volgens bronnen is dit een schijnoplossing, omdat degenen die de rapporten ontvangen nauw samenwerken met externe instanties en de informatie er evengoed belandt. Externe partijen zeggen de rapporten nog altijd te ontvangen.

 

‘DIT IS GEEN TAAK VAN DE KRIJGSMACHT’

Het is voor zover militair historicus Christ Klep kan nagaan „voor het eerst dat een militaire dienst structureel wordt gebruikt voor het grootschalig verzamelen van inlichtingen die eigenlijk voor civiele doeleinden bedoeld zijn. En ik vind het principieel onjuist.” Dit zegt hij na lezing van het artikel over het LIMC. Klep sluit niet uit dat het juridisch misschien wel mag, zoals de landmacht volhoudt: „Maar dan nog vind ik het verzamelen en bewerken van data over ontwikkelingen in de samenleving geen taak van de krijgsmacht. In een democratie hoor je dat niet onder te brengen bij dit soort gemilitariseerde diensten.”

 

 


Er is te weinig juridisch en parlementair toezicht op, zegt hij. „De ervaring leert ook dat organisaties als deze de neiging hebben hun reikwijdte op te rekken.”

 

 

Nederland heeft nu geen grootschalige missies in het buitenland lopen. De krijgsmacht heeft daardoor geen gelegenheid om te oefenen met „geïntegreerde inlichtingenverzameling, met databases en slimme software”, zegt Klep: „De krijgsmacht zit daardoor in een spagaat.” Daarom kijkt ze naar mogelijkheden om er in Nederland mee te oefenen. „De afbakening is tot nu toe altijd geweest: zolang het de eenheid ter plekke operationeel ten goede komt, is het geen probleem.” Met het LIMC gaat de landmacht volgens hem „zitten op het niveau van de binnenlandse veiligheid. Dat moet je niet doen.”

 

 

Veel militairen vinden dat de krijgsmacht ver weg moet blijven van het ‘manoeuvreren met politiek-maatschappelijke informatie’, zegt Klep, zoals de strijd tegen desinformatie en het verzamelen van persoonsgerelateerde data: „Ze vinden dat dit überhaupt niet bij de krijgsmacht hoort en de legitimiteit van de krijgsmacht kan ondergraven als het een keer misgaat.” De krijgsmacht mag na een ingewilligd steunverzoek bijvoorbeeld de politie helpen. „Dan is steeds de vraag: wat is ondersteunend? Heeft de politie die drones echt niet zelf? En moeten we die niet bij de politie onderbrengen als we die vaker gebruiken? Ik vind dat je extreem terughoudend hierin moet zijn, want als het eenmaal een structureel deel van de krijgsmacht is geworden, dan raak je het ook niet snel meer kwijt.”

 

bron : Esther RosenbergKarel Berkhout


«   »

Add comment

Comments

There are no comments yet.